Adopteer een Yak
Adopteer een Yak

Tibetanen in beeld

STUDENT INTERVIEWS uit het veldbezoek van 8-15 mei 2007

Heet water tegen ziekte
Droltso zit in de Tibetan Doctor Class no 9 en is heel erg verlegen om met ons te praten. Haar handen friemelen in haar schoot. Ze heeft een spijkerbroek aan en een sweater, en haar haar zit in een staartje. Haar wangen zijn helemaal rood geworden, zo warm heeft ze het. We zitten in de Huangnan Vocational School in Tongren, in het kantoor van de hoofdmeester. Het is vrijdag 11 mei 2007 en we hebben een aantal gesprekken met Adopteer een Yak studenten. Het schoolhoofd heeft ze persoonlijk gehaald. Droltso vertelt op zachte toon dat ze na deze drie jaar nog eens drie jaar wil studeren. Ze wil een hele goede dokter worden.

Tibetaanse kruiden.

Ze heeft ontdekt dat er nog niet zoveel Tibetaanse dokters zijn. En de studenten die ze kent die klaar zijn, hebben allemaal een baan gekregen. Droltso's favoriete vakken zijn Tibetaanse medicijnen en Tibetaanse taal. Als we haar vragen wat ze op dit moment leert is het het voelen van de pols. Een van de eerste dingen die een Tibetaanse arts doet als je op consult komt is je pols voelen. Daar kan hij veel informatie uit halen. Wat voelt Droltso zoal? Nog niet zo veel. Maar ze weet wel ‘how to protect your body from illness'. Als we vragen hoe we dat moeten doen, antwoord ze: ‘heet water drinken.'

Mensen helpen genezen
Halgon zit in de Tibetan doctor class no 10 en hij is heel erg open. Hij wil graag over zichzelf vertellen. Hoewel deze nomadenkinderen zich misschien een keer per maand met water kunnen wassen ziet hij er zo netjes mogelijk uit. Halgon draagt een ‘colbertjasje' en ‘witte' sportschoenen. Nomadenkinderen die naar school gaan, willen het liefst zo westers mogelijk zijn.
Hij was klaar met junior middle school en zijn ouders vonden het wel genoeg zo. De lagere school is gratis en vervolgonderwijs duur. Bovendien kun je als je verder leert als je thuis komt geen yaks meer hoeden. Dat ben je dan verleerd. Maar Halgon wilde heel graag doorleren. Zo graag dat hij zelf naar het hoofd van de school is gegaan en hem vroeg of hij niet kon helpen, zodat hij toch naar het vervolgonderwijs kon, medicijnen studeren.
Toen antwoordde het schoolhoofd: ‘je bent al geselecteerd voor het Adopteer een Yak programma.' Als wij dit horen, zijn we toch even stil. Als we hem vragen wat zijn droom is, zegt hij, Terug gaan naar mijn geboortedorp Dobdain, en de mensen daar genezen.

Wonen in de schapenstal
Vier kilometer per dag loopt de familie van Serwe Ja naar de rivier verderop. Acht gezinsleden, samen met 20 yaks en een kudde van 50 schapen. De yaks dragen de jerrycans met water terug. Serwe Ja studeert ook medicijnen met het Adopteer een Yak programma. Hij gidst ons naar zijn ‘huis', een lemen winterverblijf, diep in de graslanden, in letterlijk ‘the middle of nowhere'. Onderweg passeren we vele grommende nomadenhonden die de nederzettingen bewaken als er niemand thuis is. We zijn er niet helemaal van overtuigd dat als we neerhurken ze hun gegrom zullen beeindigen.

Serwe Ja en Karina Hoed van Adopteer een yak.

Als we later wegrijden achtervolgen ze onze auto nog honderden meters met ontblote tanden. Het huis van Serwe Ja is een stal, door de Chinese overheid gebouwd. Bedoeld als onderkomen voor de 50 schapen. De stal was echter vele malen beter dan de tent waarin de familie leefde, dus besloot de vader van Serwe Ja met zijn familie in de stal te gaan wonen. De Chinese overheid wacht nog steeds op het geld dat de stal heeft gekost, samen met het hek dat tegelijkertijd om het bijbehorende grasland werd gezet. 9000 Renminbi, ofwel 900 euro. Het loopt steeds op, omdat er rente bijkomt. Maar dat geld betalen we niet, zegt de vader van Serwe Ja. We hebben het gewoon niet. De familie leeft van yaks en schapen. Het zijn veelal moslims die het vee kopen.

Serwe Ja's vader (rechts).

De vader van Serwe Ja vindt onderwijs het beste dat zijn kinderen kunnen doen. Hij wil ze allemaal naar school laten gaan en laten doorstuderen. Wat ik niet heb gekund, gun ik hen wel, zegt hij. Al  moet ik al mijn yaks verkopen. Zijn gezicht straalt de hele tijd. Als we weggaan krijgen we yoghurt mee, die door de buren is gemaakt. De hele gemeenschap heeft meegeholpen om eten te maken voor ons bezoek. Al heeft een nomade niks meer, eten heeft hij altijd, zegt onze Tibetaanse projectleider. Niemand mag met een lege maag weggaan. Serwe Ja rent weg als zijn moeder hem met een zak vol momo's (Tibetaanse deegbolletjes gevuld met vlees) achterna komt. Je hoort hem zeggen: nee mama, dat hoeft niet. En haar ook: neem nou mee! Serwe Ja komt pas weer thuis over twee maanden, als hij zomervakantie heeft. En alle moeders zijn hetzelfde...
yak_thumb1yak_thumb2yak_thumb3yak_thumb4yak_thumb5